Jessica and her verbal Dyspraxia
Blog
Welkom op mijn blogpagina
Op deze blog neem ik je mee in mijn persoonlijke verhaal over leven met een taal-/spraakstoornis: verbale ontwikkelingsdyspraxie (VOD). Ik vertel mijn verhaal vanaf het allereerste begin. Van mijn babytijd en de weg naar een diagnose, tot de obstakels die ik onderweg tegenkwam en hoe ik daarmee leerde omgaan. Ook deel ik waar ik nu sta, als volwassene, met alles wat ik heb meegemaakt en geleerd.
Ik deel mijn ervaringen als ervaringsdeskundige, omdat ik merk dat hier nog veel te weinig ruimte voor is. Veel verhalen worden verteld door ouders of professionals, maar zelden hoor je hoe het écht is om zelf te leven met een taalontwikkelingsstoornis. Wat het doet met je zelfbeeld, je schoolloopbaan, je keuzes en je plek in de maatschappij.
Met deze blog wil ik bewustwording creëren, maar vooral ook herkenning en begrip. Voor mensen met TOS, voor ouders, voor leerkrachten, hulpverleners en iedereen die wil begrijpen wat woorden soms niet vanzelfsprekend maken. Je staat er niet alleen voor en jouw verhaal doet ertoe.
Mijn verhaal begint al voordat ik geboren was
Mijn moeder voelde tijdens haar zwangerschap dat ik misschien anders zou zijn. Bij mijn geboorte leek alles goed, maar naarmate ik groeide, werd duidelijk dat mijn ontwikkeling langzamer ging dan die van andere kinderen. Ik was een stille baby, sprak nauwelijks woorden en begreep de wereld op mijn eigen manier. Met slechts tien woordjes probeerde ik mij duidelijk te maken, wat vaak frustratie en onbegrip opleverde.
Balans, motoriek en aanraking waren moeilijk voor mij. Dankzij kinderfysiotherapie, eindeloos oefenen en de veilige aanwezigheid van mijn familie – vooral mijn zus – leerde ik stap voor stap omgaan met wat voor mij zo ingewikkeld was. Langzaam werd zichtbaar wat eerst onzichtbaar bleef.
Op deze blog vertel ik mijn verhaal. Eerlijk, kwetsbaar en zoals het écht was (en is). Over opgroeien met VOD en DCD, over anders zijn in een wereld die dat niet altijd begrijpt, en over hoe ik leerde dat mijn tempo óók goed is.
Meer lezen over mijn baby/peutertijd?
In mijn blogberichten vertel ik uitgebreider over mijn eerste jaren, de eerste signalen, mijn ontwikkeling en hoe het voor mij en mijn omgeving was om hiermee om te gaan.
Meer over mijn spraakontwikkeling en de ontdekking van verbale dyspraxie
Zoals elk kind ging ik ook naar het consultatiebureau. Mijn moeder maakte zich zorgen, want mijn zus kon op die leeftijd al veel meer dan ik. Toch kreeg ze steeds te horen: "Dat komt nog wel, je kind is gewoon lui." Thuis zag ze hetzelfde patroon, maar ze voelde dat er iets niet klopte. Pas toen ik 3,5 jaar was, ging mijn moeder naar de huisarts. Die stuurde ons weer terug naar het consultatiebureau, waarna er contact werd gelegd met de wijkverpleegkundige en mijn juf van de peuterspeelzaal. Ook zij zag dat ik duidelijk achterliep in de spraak. Op advies van iedereen mocht ik beginnen met logopedie, hoewel dat eigenlijk pas vanaf mijn vierde mocht.
Vanaf 3,5 jaar ging ik één keer per week naar de logopediste. Ze deed allerlei oefeningen om mijn spraak en motoriek te verbeteren: op één been staan, hinkelen, bal gooien en vangen, door een rietje blazen en rondingen met mijn lippen maken. Het was een ontdekkingstocht, want er bleek meer aan de hand. Na onderzoek in het UMCG – EEG en MRI – bleek dat mijn hersenen gezond waren, maar dat ik toch een spraakontwikkelingsstoornis had. Uiteindelijk kreeg ik de diagnose verbale dyspraxie, iets wat mijn moeder nog nooit had gehoord.
Verbale dyspraxie is een aangeboren spraakstoornis: mijn mond wil niet altijd doen wat mijn hersenen plannen, waardoor woorden en zinnen verkeerd of langzaam uitkomen. Het is niet zichtbaar aan de buitenkant, maar zodra ik begin te praten, merk je het meteen. Het kan niet genezen worden, maar therapie helpt me wel om beter te leren spreken en mezelf verstaanbaar te maken.
Deze diagnose verklaart waarom communiceren zo lastig voor mij was. Soms gaat het goed, andere keren niet. Lange zinnen zijn moeilijk, woorden moet ik soms meerdere keren proberen en de verkeerde klemtoon komt vaak voor. Toch heeft het mij ook dingen geleerd: ik ben creatief in hoe ik mezelf uit, ik heb doorzettingsvermogen ontwikkeld en ik leer steeds beter strategieën te gebruiken om mezelf te laten verstaan.
Door logopedie, fysiotherapie en steun van mijn familie heb ik veel geleerd. Ik werk nog steeds aan spraak en motoriek en ik leer omgaan met de uitdagingen van verbale dyspraxie. Het heeft mij sterker gemaakt en mij laten zien dat ik op mijn eigen manier kan groeien, ontwikkelen en communiceren.
Meer lezen over de weg naar de diagnose?
Op mijn blog lees je uitgebreid hoe mijn spraakontwikkeling verliep, de onderzoeken, de logopedie en hoe ik leerde omgaan met de uitdagingen van verbale dyspraxie.
Meer over mijn basisschooltijd
Toen ik vier jaar was, mocht ik eindelijk naar de basisschool. Ik keek er enorm naar uit, maar al snel merkte ik hoe moeilijk het voor mij was om mezelf uit te drukken. Ik wist wat ik wilde zeggen, maar de woorden kwamen niet. Dat zorgde voor frustratie, onbegrip en soms ook verdriet. Toch had ik vanaf het begin een fijne klik met andere kinderen, al begrepen ze mij niet altijd.
In groep 2 werd duidelijk dat ik met spraak en taal ver achterliep. Ik ging tijdelijk naar het cluster 2 onderwijs, waar alles draaide om spraak en taal. Dat bleek een goede keuze. Daarna keerde ik terug naar het regulier onderwijs, met logopedie en extra begeleiding. Sommige jaren voelde ik mij gezien en gesteund, andere jaren juist niet. Vooral in de bovenbouw werd het lastiger: pesten, buitengesloten worden en het gevoel dat ik er niet bij hoorde maakten het zwaar.
Toch waren er ook momenten waarop ik groeide. Ik ontdekte dat ik goed kon rekenen, leerde doorzetten en begon langzaam voor mezelf op te komen. Kleine overwinningen, zoals een schoolfoto, een musicalrol of een toets die beter ging dan verwacht, betekenden voor mij heel veel. Mijn basisschooltijd was niet altijd makkelijk, maar het heeft mij gevormd tot wie ik nu ben.
Meer lezen over het regulier onderwijs?
Op mijn blog vertel ik uitgebreid over mijn basisschooljaren: de hulp die ik kreeg, de momenten van twijfel, het pesten, maar ook de groei, trots en veerkracht.
Meer over mijn tijd op de Tine Marcusschool en het cluster 2 onderwijs
Na de zomervakantie ging ik naar groep 2 van de Tine Marcusschool, een school voor cluster 2 onderwijs. Dat was spannend: een nieuwe school, nieuwe kinderen, nieuwe leraren en elke dag met de schoolbus. Mijn moeder maakte het voor mij zo fijn mogelijk, met een eigen schooltas en lunchbox en door ervoor te zorgen dat ik elke woensdag ook nog een halve dag naar mijn oude basisschool kon. Zo hield ik contact met mijn vriendjes en voelde de week voor mij overzichtelijker.
Op de Tine Marcusschool kreeg ik veel structuur, aandacht en begeleiding. Ik kreeg meerdere keren per week logopedie, werkte met duidelijke mappen en boekjes en leerde communiceren met behulp van gebaren. Die ondersteuning hielp mij enorm. Ik voelde mij veilig, begrepen en gezien. Er was ruimte om te leren op mijn eigen tempo en er werd goed gekeken naar wat ik nodig had. Dat gaf rust en zelfvertrouwen.
Ondanks mijn spraak- en taalproblemen bleek ik cognitief sterk. Ik kon goed meekomen met de leerstof, werkte snel en nauwkeurig en maakte veel vooruitgang. Uiteindelijk werd vastgesteld dat ik te goed was voor het cluster 2 onderwijs en moest ik terug naar het reguliere onderwijs. Dat moment vond ik moeilijk, omdat ik het zo fijn had op de Tine Marcusschool. Toch liet deze periode mij zien dat ik meer kon dan ik zelf dacht.
Mijn mooiste herinnering aan de Tine Marcusschool is het moment waarop ik een zelfgeschreven verhaal mocht voorlezen voor alle groepen 3 en 4. Door een microfoon, voor een volle zaal, won ik een verhalenwedstrijd. Voor mij was dat een enorm trots moment: ondanks mijn spraakproblemen stond ik daar, vol zelfvertrouwen.
Meer lezen over het cluster 2 onderwijs?
In mijn blog vertel ik uitgebreid over mijn jaren op het cluster 2 onderwijs, de logopedie, het leren lezen, de onderzoeken, het terugkeren naar het reguliere onderwijs en mijn kijk op speciaal versus regulier onderwijs.
Meer over mijn logopedietraject na het cluster 2 onderwijs
Toen ik terugging naar het reguliere onderwijs, bleef logopedie een vast onderdeel van mijn leven. Wekelijks werkte ik samen met een logopediste bij mij in de buurt aan mijn spraak. Al snel werd duidelijk dat mijn moeite met praten niet kwam door meertalig opgroeien, maar door mijn verbale dyspraxie. We oefenden intensief met zinswoorden zoals omdat, maar en voordat, en met klanken die voor mij extra lastig waren, zoals de /s/ en de /j/.
Naast articulatie oefende ik veel met mijn tong- en mondspieren via myofunctionele therapie. Dat betekende eindeloos oefenen, huiswerk doen en steeds opnieuw proberen. Sommige klanken lukten steeds beter, andere bleven lastig vooral als ik moe was. Na jaren oefenen bereikte ik een punt waarop verdere verbetering niet meer mogelijk was. Dat was het moment waarop de logopedie stopte.
In totaal volgde ik bijna tien jaar logopedie, met maar liefst 196 uur therapie. Het heeft mij veel gebracht: meer verstaanbaarheid, meer zelfvertrouwen en een beter begrip van mijn eigen spraak. Tegelijkertijd zijn er klanken die altijd moeilijk zullen blijven. Dat hoort bij mij en bij mijn verbale dyspraxie.
Meer lezen over de logopedie tijd?
In mijn blog deel ik mijn ervaringen met langdurige logopedie, wat voor mij wel en niet werkte, het belang van een gespecialiseerde logopedist en waarom visueel leren voor mij zo belangrijk was.
Meer over mijn vmbo-tijd: zoeken, aanpassen en doorzetten
Na de zomervakantie begon ik op het vmbo. Alles was nieuw en spannend: een nieuwe school, een lange fietsroute en een omgeving waarin ik mijn weg nog moest vinden. Stap voor stap leerde ik omgaan met die nieuwe wereld. Ik ontdekte al snel dat mijn spraak- en taalstoornis invloed had op veel situaties, maar ook dat ik zelf oplossingen kon bedenken om ermee om te gaan. Soms was dat zo simpel als één woord vervangen, zodat mensen mij beter begrepen.
Op het vmbo kreeg ik helaas geen structurele ondersteuning, ondanks dat mijn diagnose bekend was. Dat maakte school zwaarder dan nodig. Vooral bij talen, presentaties en examens liep ik vast. Er waren momenten waarop ik mij niet gezien of serieus genomen voelde en situaties die mij veel onzekerheid gaven. Toch waren er ook positieve ervaringen: kleine overwinningen, leraren die wél meedachten, successen bij vakken die mij lagen en bijzondere momenten zoals schoolkampen, buitenlandse reizen en schoolvoetbal.
Ik heb verschillende niveaus en sectoren doorlopen, keuzes gemaakt die niet altijd makkelijk waren en geleerd waar mijn grenzen lagen. Zonder aanpassingen, maar met veel doorzettingsvermogen, haalde ik uiteindelijk mijn VMBO kaderberoepsgerichte diploma. Dat diploma staat voor mij niet alleen voor cijfers, maar vooral voor veerkracht en doorzetten in een systeem dat niet altijd op mij was ingericht.
Meer lezen over het voortgezet onderwijs?
In mijn blog vertel ik open en eerlijk over mijn vmbo-jaren: over het ontbreken van ondersteuning, de impact daarvan, wat scholen beter kunnen doen en hoe belangrijk het is dat leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis écht gezien en gehoord worden.
Meer over mijn MBO-jaren: vastlopen, vechten en opnieuw beginnen
Mijn MBO-tijd begon vol hoop, maar werd al snel een periode waarin ik steeds verder vastliep. Door mijn taal- en spraakstoornis voelde ik mij vaak onbegrepen, niet gezien en structureel zonder de ondersteuning waar ik recht op had. Presentaties, samenwerken, toetsen en stages vroegen veel van mij, terwijl pesten, onbegrip en verkeerde beslissingen van scholen mijn zelfvertrouwen stukje bij beetje afbraken.
Het plotselinge overlijden van mijn oma, het ontbreken van begeleiding en het gevoel niet in het schoolsysteem te passen, zorgden ervoor dat de druk te groot werd. Ik raakte uitgeput, verloor het vertrouwen in scholen en belandde uiteindelijk in een diepe depressie. School werd onhaalbaar, hulp liet lang op zich wachten en ik viel tussen wal en schip.
Toch bleef ik zoeken. Naar antwoorden, naar erkenning en naar een plek waar mijn diagnose wél serieus werd genomen. Pas jaren later ontdekte ik dat mijn verbale dyspraxie onder TOS valt en dat ik altijd recht had gehad op ondersteuning. Dat besef veranderde alles.
Meer lezen over het MBO?
In mijn blog neem ik je mee door mijn MBO-jaren: van hoopvolle start tot dieptepunt, van afwijzingen tot eindelijk gehoord worden. Niet om te beschuldigen, maar om zichtbaar te maken wat er mis kan gaan als een leerling met TOS geen passende begeleiding krijgt.
Van bijstand naar botsen met het systeem
Na anderhalf jaar zonder opleiding of werk kwam ik in de bijstand terecht. Niet omdat ik niet wilde, maar omdat het simpelweg niet haalbaar was. Corona, mijn TOS en een onderwijssysteem dat voor mij niet werkte, zorgden ervoor dat ik vastzat. Wat volgde waren gesprekken met werkcoaches, plannen van aanpak en trajecten die vooral in het systeem pasten maar niet bij mij.
Ik werd telkens beoordeeld op mijn diagnose in plaats van op mijn mogelijkheden. Opleidingen zouden "te hoog gegrepen" zijn, werk moest vooral veilig, laagdrempelig en zonder toekomstperspectief. Dagbesteding, loonwaardebepalingen, het doelgroepregister: alles draaide om wat ik níét zou kunnen. Steeds weer moest ik bewijzen dat ik niet in een hokje paste, terwijl dat hokje al voor mij was klaargezet.
Wat mij het meest raakte, was hoe vanzelfsprekend het leek dat mijn TOS werd gezien als een eindstation. Alsof ambitie, groei en talent niet meer telden. Toch bleef ik voelen: dit klopt niet. Ik ben niet mijn diagnose. Ik ben geen regeling, geen project en geen vinkje op een lijst.
Meer lezen over de sociale werkvoorziening?
In deze blog neem ik je mee door mijn jaren in de bijstand, de gesprekken met de gemeente, de strijd tegen labels en hoe ik uiteindelijk zélf de regie terugpakte. Niet omdat het makkelijk was, maar omdat ik weigerde om kleiner gemaakt te worden dan ik ben.