Leven met TOS keuzes, uitdagingen en groei

24-05-2026

Jessica Huttinga (25) heeft een taal-/spraakstoornis, maar volgt desondanks een opleiding en werkt op de voorgrond. Op het vmbo moest ze al vroeg keuzes maken over haar toekomst terwijl ze nog zoekende was wie ze zelf was. In de jaren daarna leerde ze omgaan met haar TOS en haar eigen weg te vinden. In deze blog vertelt ze over de uitdagingen en keuzes die haar hebben gevormd.

Een keuze maken terwijl je jezelf nog aan het ontdekken bent

Op het vmbo begint het eigenlijk allemaal al. Je moet ineens keuzes maken over je toekomst, terwijl je op die leeftijd vaak nog niet eens weet wie je precies bent. Welke richting kies je? Dienstverlening & Producten? Zorg & Welzijn? En wat wil je later eigenlijk worden? Heel eerlijk? Ik wist dat toen helemaal niet.

Waar sommige mensen al van jongs af aan een droombaan hebben, keek ik vooral naar wat haalbaar leek met mijn TOS. Niet per se naar wat ik het allerleukst vond, maar naar wat realistisch was. Dat klinkt misschien zwaar, maar wanneer communiceren niet vanzelf gaat, leer je al snel anders kijken naar kansen en mogelijkheden.

Toch denk ik nu dat dat mij ergens ook gevormd heeft. Ik heb geleerd om oplossingen te zoeken, creatief te denken en door te zetten wanneer iets niet vanzelf lukt. Misschien liep mijn weg anders dan gemiddeld, maar het was wel mijn weg.

"Anders zijn betekent niet minder kunnen."

Mijn verhaal delen veranderde alles

Tijdens de coronaperiode begon ik mijn verhaal te delen op sociale media. Eigenlijk uit frustratie. Ik was het zat om telkens opnieuw uit te leggen welke diagnose inhield. Iedere keer opnieuw uitleggen waarom ik anders praatte of waarom sommige dingen meer moeite kosten, werd vermoeiend.

Pas toen ontdekte ik dat spraakontwikkelingsdyspraxie onder TOS valt en dat daar ook bepaalde ondersteuning bij hoort. Allemaal informatie die ik jarenlang niet had gekregen. Maar wat ik misschien nog wel verrassender vond, was dat ik het ineens leuk begon te vinden om mijn verhaal te vertellen. Dat had vroeger echt niemand verwacht. Ikzelf ook niet.

Ik was vroeger namelijk ontzettend verlegen. In de klas zei ik bijna niets, omdat mensen direct hoorden dat ik anders sprak. Ik wilde niet opvallen. Nu doe ik juist het tegenovergestelde. Ik deel openlijk mijn ervaringen, geef anderen herkenning en laat zien dat TOS niet bepaalt wie je bent.

En eerlijk? Dat voelt soms nog steeds onwerkelijk.

Zoals ook op mijn website terugkomt, gaat het niet alleen om de diagnose, maar juist om de persoon erachter.


Van twijfels naar een mbo-diploma

Toen ik beter wist wie ik was, wist ik ook beter wat bij mij paste. Ik ben sociaal, creatief, spontaan en werk graag met mensen. Daarom koos ik voor de opleiding Allround Hospitality Medewerker niveau 3 en daar begon een nieuwe fase vol uitdagingen.

Ik wist zelf dat ik ondersteuning nodig had, maar waar begin je als je in het verleden te horen hebt gekregen dat scholen niet precies weten wat TOS is? Of hoe ze daar in de praktijk mee om moeten gaan? Dat had mijn vertrouwen in het onderwijs best geraakt. 

Er werd zelfs tegen mij gezegd dat mbo misschien niet haalbaar zou zijn met mijn ondersteuning, of dat ik beter een lager niveau kon kiezen. Niet omdat ik het niveau niet aankon, maar uit twijfel of het "te zwaar" voor mij zou worden. Dat doet iets met je, zeker als je zelf eigenlijk heel goed weet wat je kunt.

Uiteindelijk moest ik niet alleen mezelf overtuigen, maar soms ook het systeem eromheen. Ik rondde niveau 3 uiteindelijk versneld af in anderhalf jaar in plaats van drie. Inclusief keuzedelen zoals Duits, persoonlijk profileren en Nederlands ondersteund met gebarentaal. Ook bij stages waren er twijfels. Toch kreeg ik bij mijn laatste stage uiteindelijk een referentie én een werkaanbod. Voor mij voelde dat als een bevestiging.

Soms moet je anderen eerst laten zien wat er in je zit, voordat ze het geloven.


Ondersteuning stopt niet ineens op je 23e

Wat ik altijd lastig heb gevonden, zijn de regels rondom ondersteuning. Alsof ondersteuning op een bepaalde leeftijd ineens niet meer nodig zou zijn.

Zo kwam ik erachter dat ambulante begeleiding vanuit cluster 2 op het mbo vaak leeftijdsgebonden is en meestal stopt rond je 23e. Terwijl TOS zelf natuurlijk niet verdwijnt met leeftijd. Dat voelde voor mij heel krom. Juist wanneer iemand met TOS een stap wil zetten in het onderwijs, zou je verwachten dat begeleiding beschikbaar blijft.

Gelukkig kwam ik wel in aanmerking voor een faciliteitenkaart. Dat betekende onder andere extra tijd bij toetsen, visuele ondersteuning en dat spellingfouten minder zwaar werden meegerekend. Kleine aanpassingen, maar in de praktijk maakte het een groot verschil voor mij én voor docenten.

Soms zijn kleine aanpassingen genoeg om echt mee te kunnen doen.


Twijfels over niveau 4

Nadat ik niveau 3 sneller had afgerond dan verwacht, kwam de vraag: ga ik door voor niveau 4? Iedereen om mij heen had er vertrouwen in, behalve ikzelf. Ik twijfelde enorm. Niet omdat ik geen ambitie had, maar omdat ik bang was dat het misschien te hoog gegrepen zou zijn. Niveau 4 betekende meer theorie, hogere examens en vakken zoals leidinggeven en het maken van operationele plannen.

Ik had ook kunnen kiezen voor de veilige optie: gaan werken na niveau 3. Maar ergens wist ik dat er meer in mij zat. Dus besloot ik tóch de stap te zetten richting Leidinggevende Leisure & Hospitality niveau 4. Dat betekende ook rekenen en Nederlands op 3F-niveau en vakken zoals bedrijfseconomie, iets waar ik nog geen ervaring mee had.

Dat was echt even puzzelen. Soms zat ik tot laat te leren en alles opnieuw door te nemen. Niet altijd perfect, maar wel genoeg om verder te kunnen en eigenlijk ben ik daar achteraf best trots op.

Daarnaast volgde ik opnieuw Nederlands ondersteund met gebarentaal. Bijzonder, omdat ik dat jaren eerder al op cluster 2 had gehad en mij toen pas realiseerde dat dat bijna zeventien jaar geleden was.

Uitdagingen die blijven bestaan

TOS groeit niet weg. Sommige uitdagingen blijven onderdeel van het dagelijks leven, ook wanneer je ouder wordt.

Telefoneren vind ik bijvoorbeeld nog steeds lastig. Dat betekent niet dat ik het niet kan, maar wel dat het veel energie kost. Je weet van tevoren niet wie er aan de andere kant van de lijn zit, of iemand je begrijpt en je mist de non-verbale communicatie zoals mimiek en lichaamstaal.

Soms begrijpen mensen mij niet direct. Dan vraag ik of ze willen mailen of draag ik het gesprek over aan een collega. En nee, dat maakt mij niet onzeker. Het is logisch dat mensen moeten wennen wanneer ze mij niet kennen. 

"Communicatie kost mij soms meer energie, maar dat betekent niet dat ik minder te vertellen heb."

Wat ik ergens juist bijzonder vind, is dat ik naast Nederlands ook Duits spreek en Engels begrijp. Zeker als je bedenkt dat taal voor mij nooit vanzelfsprekend is geweest.

Ook gesprekken in ziekenhuizen of officiële instanties kunnen lastig zijn. Vaak worden daar moeilijke vaktermen gebruikt waardoor ik sneller overvraagd raak. Bij fysieke afspraken vind ik dat makkelijker, omdat ik dan direct kan aangeven wanneer ik iets niet begrijp.

Daarnaast blijven grammatica en zinsopbouw soms zoeken. Wanneer mijn hoofd vol zit, merk ik dat ik meer ga haperen of moeilijker uit mijn woorden kom. Zeker wanneer ik snel moet schakelen tussen talen. Dat hoort ook bij mij.


Meer dan alleen een diagnose

Wat mensen vaak vergeten, is dat TOS onzichtbaar is. Je ziet niet hoeveel energie communicatie kost. Je ziet niet wanneer iemand overprikkeld raakt of harder moet werken om gesprekken te volgen. Daardoor ontstaan er ook veel vooroordelen.

Mensen denken vaak dat ik makkelijk fulltime kan werken "omdat ik jong ben". Of dat werk achter de schermen beter bij mij zou passen. Natuurlijk zou dat misschien makkelijker zijn, maar daar word ik niet gelukkig van. Ik werk juist graag met mensen, omdat ik wil laten zien dat een diagnose niet bepaalt wie je bent.

En nee, ik zie mezelf niet als gehandicapt.

Dat is iets wat voor mij persoonlijk belangrijk is. Ik heb een taalontwikkelingsstoornis en ja, dat woord roept bij sommige mensen meteen een bepaald beeld op. Terwijl het feitelijk betekent dat taal in mijn hersenen anders wordt verwerkt. Niet dat ik "gestoord" ben, zoals sommige mensen het woord onbewust nog associëren.

"TOS zegt niets over intelligentie, maar alles over hoe taal verwerkt wordt."

Voor mij is TOS geen ziekte. Het is niet iets wat je oplost met medicatie of een behandeling. Die vragen krijg ik nog regelmatig, maar nee: ik ben uitbehandeld. Dit is hoe mijn hersenen werken.

Een beperking zit voor mij vooral in situaties zoals telefoneren of gesprekken met veel taaldruk. Daar merk ik echt dat communiceren meer energie kost of dat ik sneller overvraagd raak. Maar dat zegt niets over mij als persoon.

En een handicap? Zo ervaar ik het niet.

Ik heb bijna tien jaar logopedie gevolgd en zat op cluster 2 onderwijs omdat spreken niet vanzelf ging. Toch geloof ik dat ik kan worden wat bij mij past, zolang het realistisch en haalbaar blijft. Misschien op mijn eigen manier, maar wel op mijn manier.

Dit is mijn persoonlijke visie. Andere mensen met TOS kunnen daar heel anders naar kijken en dat is ook helemaal oké.

Ik weet vooral wie ik ben geworden ondanks alles: een sociale, creatieve en ambitieuze vrouw met een enorme dosis doorzettingsvermogen.

En eerlijk? Ik denk dat een schitterende, inspirerende persoonlijkheid heel veel compenseert.


Hallo ik ben Jessica!

Naast dat ik als ervaringsdeskundigeactief ben, studeer ik en schrijf ik blogberichten hier op mijn eigen website. Je vind hier alle informatie rondom een taal-/spraakstoornis, want dat is iets wat ik zelf heb. Ik vind het belangrijk om ook vanuit mijn eigen perspectief verschillende onderwerpen aan te spreken, aangezien het zelf ervaren vaak een hele andere beleving is, dan dat iemand anders het doet die het niet heeft. Ik wens je veel plezier met lezen! :)


Gerelateerde blogberichten

Hier heb je misschien ook interesse in:

Jessica Huttinga (25) heeft een taal-/spraakstoornis, maar volgt desondanks een opleiding en werkt op de voorgrond. Op het vmbo moest ze al vroeg keuzes maken over haar toekomst terwijl ze nog zoekende was wie ze zelf was. In de jaren daarna leerde ze omgaan met haar TOS en haar eigen weg te vinden. In deze blog vertelt ze over de...

Sommige stages laten je ontdekken wat echt bij je past. Andere maken juist duidelijk welke richting niet voor jou is. Mijn stage in de lunchroom onder de gemeente Groningen, waar ook SPOT en De Oosterpoort onder vielen, zat daar precies tussenin.


Volg je mij al op sociale media?

Daar vertel ik regelmatig wat ik in het dagelijks leven zo meemaak

Share